Uitgelicht

Oud

De vraag wanneer je nou eigenlijk oud bent is voor iedereen verschillend. Kinderen vinden hun ouders oud, ouders weer hun ouders, hoewel dat wel weer meevalt en zo verder.

Op de afdeling waar ik werkte woonden cliënten van verschillende leeftijden met een dementie. De leeftijd van de cliënten varieert van eind 60 tot midden 90. Toch grappig om te zien, dat zij elkaar nog helpen onder het mum van: “Deze oude vrouw heeft hulp nodig”, terwijl de bedoelde oude vrouw misschien 20 jaar jonger is dan zij.
“Ik hoor hier niet, tussen al deze oudjes” heb ik ook vaker horen zeggen.

Foto door Pixabay op Pexels.com

De klok van een 99-jarige dame waar ik voor mocht zorgen stond eens stil. Het was een ouderwetse staande klok met van die gewichten en een heuse klepel. Ik bood haar aan om de klok weer op te winden, zodat zij bij de tijd kon blijven. Ze schudde haar hoofd: “Nee, nee, kindje, laat maar, die klok is al even oud als ik, laat hem maar even rusten.”

En wat kunnen 60+ers mij op zaterdag in de buurt-super irriteren. Zij maken er op hun beurt een uitje van om bekenden tegen het lijf te lopen (en professioneel gezien vind ik dat prima) maar als zij in een sowieso volle winkel (en zeker tijdens de corona-crisis) midden in de weg staan te kletsen, moppert de Manu in mij.

Schateren moest ik daarentegen om een oudere kennis van me. Ik reed mee in haar auto en we hadden de vaart er goed in. Op weg naar een of ander winkelcentrum keek ik toch geamuseerd op, toen zij tegen een wegenslak riep: “Ga toch eens aan de kant, oude taart”. Ik kwam niet meer bij.

De eerste keren dat ik me oud voelde, was toen ik mijn mobieltje niet meer bij kon houden. Ik was toen een jaar of 38. Volgens een collega op teenager-leeftijd moest ik een foto kunnen plaatsen in de Blackberry Messenger. Ik kon dat niet. Ik moest zowaar hulp vragen voor mijn eigen telefoon. Was dat even een afgang. Gelukkig wist de collega ook geen raad. Tot me te binnen schoot, dat ik misschien een update kon trekken voor bewuste messenger.   Gezegd, gedaan, opgelost.

Niet veel later was ik aan het keten (noemt men dit nog zo?) met een jongere stagiair. We hadden het over muziek en radiozenders. Hij zei: “Mijn vader luistert ook altijd naar die zender”. Op mijn vraag hoe oud zijn vader dan nu is, bleek deze 3 jaar jonger te zijn dan ik. Auw.

Een andere keer was ik op een andere afdeling om mijn middaghap op te warmen. Ik stond er samen met een stagiair van een jaar of 16 in de keuken. We kenden elkaar alleen van gezicht en groetten elkaar vriendelijk. Tegen een uur of 4 moest ik naar deze afdeling bellen omdat ik iemand nodig had. Ik kreeg het jochie aan de lijn. Hij verstond mijn naam niet goed, maar wel mijn functie. Hij riep de door mij gevraagde collega. Ik hoorde haar vragen, wie het was.

Zijn antwoord: Kweenie, das die OUDE vrouw van de afdeling boven.

Onbekende

“Hey, daar is ie weer”

Ik heb hem al een tijdje niet gezien. Tegenwoordig rij ik een andere route naar mijn werk en ben soms ook later dan voorheen. 4 jaar lang kwamen we elkaar zowat elke dag tegen. Hij zit zoals altijd op de fiets en zal de saaie weg die ik net met de auto gepasseerd ben helemaal moeten uitfietsen. Hij fietst met zijn hele lichaam, zit eigenlijk als een zak nat zout op het zadel, niet rechtop zoals de meiden met wapperend haar van tegenwoordig. Hij moet elke dag moeite doen om door te trappen en zet daarbij ook zijn bovenlichaam in. Soms gaat dat in het trage tempo van een schildpad, soms lijkt hij wat energieker. Het lijkt of hij op de fiets heen en weer schommelt: links, rechts, links, rechts. Nooit gaat hij sneller, hij is geen wielrenner. Het is ook niet zo dat hij na al die jaren wat kwieker wordt.

Zijn haar is langer nu, vlassiger en zijn kinbaard is gegroeid. Ik vind het niks, maar dat weet hij natuurlijk niet. Vandaag heeft hij een zonnebril op en een zwarte pet. Ik zie geen oortjes en geen koptelefoon.

Er is niets langs deze saaie weg, er staat geen boom, op de snelweg vlakbij suizen auto’s langs.

Zoals elke dag heb ik geen idee waar deze eenzame fietser heen gaat. Ik zie hem wel veranderen. Zijn haar wordt langer, zijn gezicht volwassener. Ik schat hem op een jaar of 25.

Ik zie geen snedig Italiaans pak, het lijkt mij sterk dat hij bij een bank werkt. Bij een tuincentrum ook niet, dat is hij net gepasseerd.  Fabriekswerk kan het prima zijn, misschien werkt hij wel op een sloperij, die zijn er wel verderop.

Heeft hij een vriendin? Een vrouw? Zou hij ruzie hebben gehad? Hoe was zijn avond? Van welke muziek zou hij houden? Is het een nerd? Hij lijkt wel op een nerd, maar ach, wat zegt de buitenkant nou. Zou hij vrienden hebben?

Sinds 4 jaar fietst hij daar. Net zo lang bewonder ik zijn volharding om daar te fietsen. In mijn hoofd fietst hij naar zijn werk. Ik vind het knap. Met regen wens ik hem voldoende salaris om eindelijk zijn rijbewijs te halen.

Ik heb er wel eens over nagedacht om te stoppen. Om te vragen wie hij is, waar hij naartoe gaat. Om te vragen of wij eens een drankje zullen doen, gewoon, omdat het kan. Maar ik doe het niet. Het is net als met helden, je wilt ze blijven adoreren, als zij dan dichterbij komen worden ze zo menselijk en vallen ze van het voetstuk waarop ze door jou zijn geplaatst. Ik wil niet dat hij van zijn fiets valt.

Misschien ga ik morgen weer die oude weg rijden, op de afgesproken tijd en kom ik hem weer tegen. De onbekende.

En hij? Hij  kent mij niet, ik ben maar de zoveelste chauffeur in een SUV.

#Drank

Samen liepen zij naar huis. Haar stoere, maar dronken papa wilde de maan gaan vangen. Roeiend met zijn armen maakte hij gekkigheid en zij liep te schateren. Het was ook een gekke maan vandaag.

Omi wilde een cake bakken en had in de rommelige keuken de ingrediënten alvast verzameld. Papa was alweer melig, hij keek lodderig maar vrolijk uit zijn ogen en haar omi keek afkeurend. Plots pakte hij de vleeshamer en vermorzelde hamerend de boter. Ze stond te schateren. Haar omi moest stiekem ook wel lachen.

Papa was veel te laat uit bed gekomen en na 3 fikse hoestbuien (hij hoestte altijd op dezelfde manier in de ochtend, ze weet het nu nog steeds) gingen zij samen koken. Dat had ze geleerd van haar mam. Gisteren was er rijstepap met gesmolten chocola. Vandaag gingen zij goulash maken. Maar wat stonk er nou zo hemeltergend? Het vlees zag er goed uit, er was niets verbrand. Het gasfornuis was ook niet beschadigd. Ah, haar papa was vergeten de prijssticker van de onderkant van de pan te halen. Wat een lol!

Ze woonde allang niet meer bij haar omi en haar papa. Zij miste haar omi en haar oude papa wel erg. In de vakantie mocht zij altijd terug naar het dorp. Ze vond het er heerlijk. Tussen de lakens en onderbroeken die aan de waslijn wapperden stond de kleine zinken badkuip vol met te koud water. Ze kon er uren in poedelen. De kersenbomen in de tuin met de allerheerlijkste kersen ter wereld. De stokoude kippen in de achtertuin en de verse 3 eieren die ze nog voortbrachten.  De rotonde bij het bushokje met een oerwoud aan bloeiende planten en struiken. De wilde pruimenboom met stekels aan de overkant van de straat. De maisvelden, de korenbloemen. Het huis een dorp verderop dat gebouwd was op gekleurde grote keien. De appelbomen aan de rand van het dorp met de allereerste vroege appels.

Haar omi gaf haar alle vrijheden en dat kon ook in die kleine kring rond het huis. Iedereen kende omi en papa. Die was na de scheiding van mama bij omi blijven wonen en hielp in het huishouden. Haar omi liep immers met een stok en was slecht ter been.

Papa ging graag naar de buren in een andere straat. Samen met hen keek hij tv, lachten ze veel en er was altijd wel een biertje te krijgen. Vaak mocht zij wel mee naar de buren. In de zomer plukte zij er boontjes en aardbeien. Het ene jaar stond er een kalfje in de tuin. Stiekem ging zij eens het kalfje aaien. Dat was niet zo slim, eerst stond zij in een koeienvlaai met haar net nieuwe schoen en toen ging het kalf ook nog eens op haar voet staan.

Haar papa was altijd welkom bij die vrienden. Hij zat er altijd op dezelfde stoel. Soms maakten zij ruzie met elkaar, maar dat ging nooit uit van haar papa. Hij was gewoon een goedzak.

Nadat haar omi veel te vroeg was gestorven was haar papa helemaal alleen in dat huis. Hij kwam wel eens op visite in het dorp waar zij nu woonde en dan ging zij op bezoek. Haar nieuwe vader kon dat soms niet hebben en daarom ging zij vaak stiekem. Haar papa bleef wel bier kopen en was vaak vrolijk en melig. Soms was hij ook verdrietig en zei dat hij haar heel erg miste en dan knuffelden zij elkaar heel stevig. Wat keek zij op naar haar mooie papa, die melig was maar soms ook verdrietig keek.


Op een dag, ik was 18 en net geslaagd voor mijn eindexamen op het Oost-Duitse gymnasium kwam ik bij mijn tante, de zus van papa. Daar kwam ik regelmatig voor koffie en sigaretten. Ik moest gaan zitten. Ik kreeg een brief onder mijn neus geduwd en moest lezen. In een alinea stond:

Zeg, wil jij mij misschien vertellen waaraan S. is overleden en waar hij begraven ligt?

Geschrokken en verbaasd keek ik op. Papa bleek al even gemist te worden in het dorp en nadat men eerst dacht dat hij bij mij op visite was, is iemand toch gaan kijken bij zijn woning en werd hij gevonden.

Ik ben nog een keer teruggegaan naar het dorp. In de verlaten woning vond ik de plek waar papa had gelegen. Achter de bank een enorme berg aan lege bierblikken. Hij had kennelijk geen moeite meer genomen om deze op te ruimen. Ook geen moeite meer gedaan om naar bed te gaan. De tv deed het niet meer, de radio gaf veel ruis. In de kast vond ik oude foto’s die belangrijk waren in het leven van papa. Ik wist dat hij apetrots op mij was maar ook dat hij mij miste. Soms had hij toegegeven ook mijn moeder nog te missen.

Op zoek naar antwoorden kwam ik terecht bij dorpsgenoten van papa. Een lieve dorpstante had een plaatselijke winkel geopend en vertelde dat papa een keer op zoek was gegaan naar mij en mij in een busje had zien rijden met heel veel kleuren.

Hij had ruzie met de vrienden, in zijn roes had hij eiwit opgegeten dat de vriendin met de hand had stijf geslagen en de alcohol heeft hen uit elkaar gedreven.

Pesten

Ik sta wijdbeens en houd het stuur van mijn fiets vast. Tranen lopen over mijn gezicht en ik gil uit volle borst:
“LamemetRUUUUUUUUUUUUUST”

Om mij heen staan 3 treiteraars, allemaal 1 of 2 jaar ouder dan ik. Pesten doen ze me al jaren, maar hier, naast het park, worden we alleen gezien door een automobilist die toevallig langs komt rijden. Ze zijn te laf om mij echt iets te doen maar mijn fiets mag het ontgelden. En mijn kleren ook. Er wordt aan mij en de fiets getrokken maar omdat ik hem zo krampachtig vast houd, kunnen ze niets anders doen dan de ventielen los draaien. Ik hoor een sisgeluid en het hoongelach van de pestkoppen. De deksel van de fietsbel is ook losgepeuterd en belandt met een ping midden in het park.
Nu heb ik twee lekke banden, geen ventiel meer om de lucht er binnen te houden en een halve fietsbel. De pestkoppen hebben het nu wel gezien met mij. Bovendien komen er volwassenen aan. Huilend en bang duw ik de fiets naar huis. Het is gelukkig niet meer zo ver.

Ademloos kom ik thuis.
Ze moesten mij wel hebben. Waarom?

Ik was een makkelijk slachtoffer. Op mijn vijfde verhuisde ik samen met mijn moeder naar deze gemeente, omdat mijn moeder verliefd werd en ging trouwen. Best leuk hoor en spannend ook. We woonden in een te kleine woning.
Op hetzelfde terrein bevond zich nog een ander huis, waarin een meisje woonde dat mijn achternaam niet kon uitspreken. Ze maakte dus van de nood een deugd en ging mij pesten. Ik was de grote stad niet gewend en kwam dus schoon van het dorp af. Ik was 5 jaar oud en heb nooit geleerd me te verdedigen tegen onaardige kinderen.

Het meisje vond mij dik en pestte me dus behoorlijk. En ik was machteloos. Kon er niet tegen in. Ze was ook twee jaar ouder en dus twee jaar slimmer.

Eenmaal het haasje, altijd het haasje. Het was later niet meer maar één meisje. Het werden er meer. Intussen waren wij verhuisd naar de andere kant van het dorp.
Op een dag liep ik samen met een kennis naar school en ik had een mooie jurk aan. Ik was al op mijn hoede omdat er achter mij drie jongens liepen. Ik hou er nog steeds niet van als onbekenden dicht achter mij lopen. Ik laat ze dan altijd voor.
De jongens maakten geintjes en ik hoorde er een spugen. Zon dikke fluim. Want dat was in in die tijd. Ik dacht dat ik iets in mijn nek voelde, maar er was niets. Pas nadat die jongens ons gepasseerd waren zag ik op de zoom van mijn rok twee vochtige plekken.
Zomaar uit het niets en zonder dat ik die jongens ooit iets gedaan had, werd ik dus bespuugd. Ik droogde die plekken met wat zand.

Decennia later schrijf ik dit op en moet ook aan een cadeau denken dat ik ooit kreeg tijdens schooltijd. Ook dat had alles met pesten te maken en ook met onbenulligheid van kinderen. Ik kreeg een leverworst cadeau. Als je in Duitsland vreemd reageerde op pesterijen of als het leek dat je snel op je tenen getrapt bent, of in de huidige term: als je een kort lontje hebt, dan ben je een “beledigde leverworst”

Het cadeautje was als geintje gedacht.

Ik kon er niet om lachen.

School

Ons pleegkind is over naar groep 4 en vertelde pas dat hij dolblij was dat hij weer naar school mocht. Daar ben ik ook blij om. Ik vertelde hem dat ik jaloers was dat hij weer naar school mocht en dat ik dat ook graag weer zou willen. Hij lachte en vond me veel te oud voor school. Hij zag me kennelijk al zitten in zijn groep aan de veel te lage stoelen in de veel te kleine klas.

Vandaag lees ik op Twitter bij iemand dat haar studie weer doorgaat en hoe blij zij hiermee is en ik ben oprecht blij met haar.

Eind augustus, begin september beginnen bij mij kriebels en ook de nachtmerrie-achtige dromen. Van school, schoolboeken, van de verse geur van net gedrukt papier en de vreugdevolle verwachting over de lesplanning. Van onbeschreven papier en het voornemen alles nu wel in een keer te ordenen. Van nieuwe leraren, vrienden. En in elke droom kom ik door allerlei vertraging op de eerste dag te laat en mis ik alle fun. Ik loop dan achter de feiten aan en niemand wil me meer helpen of er überhaupt zijn. Laat staan dat er nog iemand is.

Het is niet dat ik stilsta in zelfontwikkeling of niet naar school mag. Jeetje, van de afgelopen 7 jaar zat ik er 5 in de schoolbanken. En ik vond het heerlijk. Gekibbel in de klas, nieuwe kennis(sen) opdoen, meedraaien in de waanzin van het kennisstampen en vooral het schuldgevoel.

Want het maken van opdrachten uitstellen tot een deadline, dat heb ik tot een kunst verheven 😉 Roepen dat ik echt iets moet leren en dan vervolgens lopen lapswanzen, kan ik uitstekend.

Als ik dan vervolgens terug kijk naar de studie en de resultaten, had ik betere cijfers kunnen halen als ik eerder en meer had gedaan. Maar ach, uiteindelijk haalde ik al mn diploma’s zonder uitstel.

Vaak genoeg sta ik nu voor een volle zaal iets uit te leggen over de inhoud van mn beroep en zie dus ook de andere kant van “school” en het lesgeven. Een van de eerste lessen die ik daarbij leerde was, dat desinteresse bij een deelnemer er vreselijk uitziet vanaf de kant van de “leraar”. Sindsdien ben ik, ook op mijn leeftijd, een oplettende leerling.

“Ja Manu, zeur toch niet en ga gewoon weer wat leren”.

Ja dat is een goed idee! Graag!

Maar net als in al die jaren hiervoor vraag ik me af: “Maar WAT dan?”

Pauze

Heb je dat ook wel eens? Je hebt net een autorit achter de rug, de radio stond nog hard. Je komt van je werk, bent moe en eigenlijk te lui om uit je auto te stappen? Ik wel.

Je trekt de sleutel uit het contact en een zekere stilte valt. Geen volledige, maar een soort demping van de omgevingsgeluiden. Je zit stil, ziet je omgeving en denkt even aan helemaal niets. Een pauze tussen de onderdelen van je leven. De knip in de film, waarna door langzaam inzoomen de volgende scene duidelijk in zicht komt.
 
Het aller-leukst vind ik deze pauze in een net begonnen regenbui. Je staat stil en de dikke druppels vallen op je autoruit. Je hoort het roffelen van de regen op je dak. Je ziet mensen rennen en aan hun beweging wordt geluid gegeven door de vallende regen. Beelden vervagen doordat de ruit nat wordt en condens gevormd wordt. En ondanks de roffel ervaar je een soort van stilte, een pauze, een moment alleen voor jezelf. Je kunt je herijken, moed verzamelen, even de schouders laten hangen, naar je eigen adem luisteren. Heb jij dat niet? Ook goed, probeer het eens!

Een foto

Soms blijft er een gedachte, een idee hangen in je hoofd. Het kan een droom zijn of een herinnering of je wordt getriggerd door iets wat je ziet, hoort of ruikt. Een lekker geurtje kan een leuke of een nare herinnering opwekken en de lucht van spruitjes kan je ineens aan je oma doen denken of een beeld in je hoofd scheppen, dat vervolgens niet meer wil weggaan.

Op zoek naar belangrijke papieren kwam ik weer wat vergeten oude foto’s tegen. Zwart-wit en met de nodige gebruikssporen (lees: knikken, vlekken, scheuren). En al is het feitelijk maar papier, ze katapulteren me vaak linea recta naar het verleden. Je weet drommels goed waar die foto gemaakt is en misschien zelfs nog door wie. Je herkent je eigen leeftijd. En soms, heel soms komt zelfs hetzelfde gevoel van vroeger weer boven.

Ik kan me prima aan een foto van mezelf herinneren. Eigenlijk stelt hij niet zoveel voor: Ik op mijn 14e gehurkt voor de plaatselijke fotozaak. De foto is genomen door mijn tante. Een van de zeldzame momenten dat wij in Oost- Duitsland aan fotografie deden. Een volgende foto toont mij in dezelfde houding maar dan met een nicht erbij. Het was een vrolijk, uitgelaten en vrij moment. Het nichtje is intussen 30 en herkent mij niet meer. Maar het moment blijft.

Wat was mijn pa trots op die foto. Hij lag om een of ander voor mij onbekende reden in het ziekenhuis en ik ging hem opzoeken. Hij had die foto van mijn tante gekregen en droeg hem als een soort trofee bij zich. Zo had hij altijd een stuk van mij bij zich, want wij waren enige tijd geleden al gescheiden.

Ik mocht hem opzoeken en hij had de tranen in zijn ogen en straalde van trots toen ik eindelijk arriveerde. De zusters die ons voorbijliepen vonden hem veranderd, puur omdat ik op visite was. Allemaal waren ze nieuwsgierig en moesten even komen kijken.

Hij had aan iedereen mijn foto laten zien en was er megatrots op. Maar ook een klein beetje verontwaardigd. Nagenoeg alle zusters hadden niet verwacht dat ik zó jong zou zijn.

Tja, wat verwacht je ook, een slechte foto, zwart-wit, net niet helemaal scherp, en een mega-permanent in mijn haar. Ik nam het ze niet kwalijk en we hebben smakelijk gelachen.

Mijn vader werd uiteindelijk ontslagen uit het ziekenhuis en uiteindelijk ook uit het leven en wat blijft, zijn dierbare herinneringen, een glimlach en een kiek uit jonge jaren.

De papieren heb ik uiteindelijk ook kunnen vinden.

De foto

Vlerk

15 ben ik. Mijn haar zit eindelijk wat wild op mijn hoofd, wat bij mijn fijne haar uitzonderlijk is. Ik heb grote oorbellen in en ben lekker opgemaakt met de nieuwste producten van Action¹
Ik draag net als iedereen een blauwe bloes met een geel embleem op mijn linker mouw. De bloes zit wat strak rond mijn borsten, daarom heb ik hem maar open gelaten. Ik draag er toch een t-shirt onder. Bovendien staat het best stoer om je hemd open in je broek te duwen. Heb ik tenminste gezien op de televisie.

De bloes hoort bij de FDJ² en is een soort uniform die wij op speciale dagen moeten dragen. Welke dat zijn wordt door de leraren dagen van te voren aangegeven.
Wij staan hier nu in twee rijen. Ik ben altijd een van de langste en moest naar achteren. Voor ons staat Majoor E. en kijkt ons aan. Een klasgenoot moet zijn veter opnieuw strikken van de majoor, een tweede staat niet helemaal recht en ik, ik moet vooral mijn haar gaan kammen.
“Ga Uw haar kammen” snauwt de majoor.
“Maar ik ben gekamd” roep ik klagelijk.
“Ik zal zo een hark halen en dan laat ik U eens zien, hoe gekamd eruit ziet” snauwt de majoor verder.
Smalend ga ik naar mijn jas en kam mijn haar. Erg plat en ik zie mijn klasgenoten lachen. Ik hoor de majoor nog iets mompelen en stap weer terug in de rij. Simone in de rij naast me moet haar bretels omlaag doen, omdat de majoor vindt, dat de blauwe bloes duidelijk zichtbaar moet zijn. Als een soort uniform. Ook Simone snapt die man niet.
Wij gaan de klas binnen en zoeken onze plaatsen op. Mijn beste vriendin mompelt in mijn oor dat Majoor E mij een vlerk noemde. Dus dat was wat ik hem hoorde zeggen. De les begint. Wij krijgen les in civiele verdediging³. De les sleept zich voort en de inhoud is slaapverwekkend. Bovendien kan de majoor niet echt boeien. En doof is hij ook.
“Jeugdvriendin Sylvia, wilt U Uw zin nog eens herhalen, zodat anderen hem ook kunnen horen?”
En jeugdvriendin Sylvia herhaalde haar zin. Vijf keer. Op het laatst schreeuwt ze bijna.
De jongens in de klas halen hun befaamde vulpentruc uit. De majoor heeft aan het eind van de les drie rijen blauwe inktspetters over de rug van zijn bloes.
De schoolbel gaat en de les is afgelopen. Met een hoogrood gezicht staat de majoor voor me.
“Jeugdvriendin Manu, ik kom mijn excuses maken, ik had niet in de gaten, dat U een meisje bent.”.

¹ Action is een productmerk in voormalig Oost-Duitsland en produceerde zowel cosmetica als ook deo en BH’s en slips. (ze hadden zelfs blauwe lippenstiften, maar das een ander verhaal)
² FDJ was een jeugdvereniging in Oost-Duitsland.
³ Wehrunterricht oftewel civiele verdediging was plichtles in de DDR. Het was een soort Rode Kruis training voor de dames.

Verhaal

Ik ben mijn verhaal kwijt! De kluts ben ik tijdelijk ook al kwijt.
Deze pagina is niet mijn eerste website, velen zijn vooraf en ook weer ten onder gegaan, soms aan onbenulligheid, soms omdat de websiteaanbieder er geen zin meer in had. En laat ik nou net die ene pagina nodig hebben.
Ik baal zo verschrikkelijk van mijn eigen onverschilligheid. Denk je alles gesorteerd te hebben, alles goed op de (digitale) orde en wat gebeurt: Ik ben mijn verhaal kwijt.
Zelf vond ik hem heel goed, anderen vonden hem geweldig en ik, nu ik hem kwijt ben, treur hem na.
Nou kun je wel denken: Zal wel loslopen. Neuh dus.
Ik heb overal gezocht. Oude CDs opgezocht, oude dingen hervonden, oude bestanden gezien, bijna vergeten foto’s gevonden, plaatjes, verhaaltjes, chatjes, bestandjes van ander onbenul, maar niet HET verhaal.
Ik heb zelfs het hele internet afgespeurd, oude mails gevonden en doorzocht, oude inlogdata gevonden, maar neuh, neuh, neuh.
Was het verhaal spannend? Kun je het reproduceren? Ja en nee. Het verhaal ging uiteraard over mij (wat dan kwa spanning weer in the eye of the beholder ligt) en nee, ik kan het niet reproduceren. Wellicht een stukje inhoud ervan, maar als ik hem nog wist, hoefde ik hem ook niet te zoeken. Toch?
Er is nog een klein kansje: de oude harddisks bevragen. Ook dat heb ik al getracht te doen maar de harddiskconverter is tegen mij, hij wil niet met me praten.
Ik ben dus mijn verhaal kwijt.

Over Dolly Parton op de autoradio, ik onderweg naar thuis en mijn gedachten over hoe het vroeger was.
Coat of many Colours.

Verdorie, misschien vind ik in ieder geval mijn kluts weer.

2016 schreef ik dit!!

25 years, I’ve got 25 years.

Op 20 augustus 1991 vertrok ik met de trein naar een nieuw leven. Ik zou een opleiding doen in Nederland. Geen idee of ik ooit nog terug zou keren.

Ondertussen woon ik dus al 25 jaar in Nederland, langer dan ik in Duitsland heb gewoond, ben aan een derde opleiding bezig en gelukkig getrouwd. Geen
plannen om terug te keren, maar altijd nog goede banden met de Heimat.

25 jaar en ik ben vele dagen in mijn leven vergeten, deze eerste dag blijft me altijd bij: een mederoker zoeken in de trein, banden sluiten met mijn nieuwe meereizende studenten, spanning en sensatie in de trein, die steeds verder Nederland inreed, mijn 2e buitenlandreis ever en dan komen om te blijven.

De toewijzing van kamers in de zusterflat, de eerste indrukken aldaar (we werden bekeken als aapjes), het eerste ongeluk (de wekker viel aan gort), eerste vrienden (jammer genoeg allang verwaterd), de eerste nacht in een vrijwel lege kamer, de belofte van nieuwe dingen die de volgende dag stonden te wachten.

Wat me vooral bijbleef: de hoop, de verwachting, een nieuw gevoel, trots en een ervaring die niemand me kon afpakken ook al zou het hopeloos mislukken.

Geholpen heeft me ook mijn talenknobbel, want Nederlands spreken kon ik niet. Ik wist niet eens of ja ook ja betekende.

25 jaar later ben ik Nederlandse met een Duits paspoort, heb in Nederland een lichte Duitse tongval en in Duitsland een sterk Nederlands accent. Ik heb vrienden aan beide kanten van grens en zie de schoonheden (en ook de rest) van beide landen.

Ik ben blij dat ik hier beland ben.

Misschien toch maar overwegen om een Nederlands paspoort te verkrijgen.

1991.jpg
Ik in 1991

Als de rook om je hoofd is verdwenen

10 oktober is sinds 2006 een heugelijke dag. Dat ligt niet aan de dag of de datum. Eerder aan het feit dat ik op die dag om 7.30 uur mijn allerlaatste peuk gerookt heb.

Ik was het roken allang zat. De buurvrouw mopperde regelmatig dat ik zo naar rook rook. Ik vond het gezeur, het viel toch mee? Ik had er immers geen last van. Ik rookte als ik wakker werd, als ik gegeten had, als ik mezelf wilde belonen, in plaats van eten, vóór ik de hond uitliet, tijdens het hond uitlaten.
U heeft nu vast een idee. Twee pakjes shag gingen er in 3 dagen doorheen.

Op mijn werk werd een clubje “stoppen met roken” aangeboden. 10 mensen in hetzelfde schuitje (lees: vergaderkamer) die praatten over hun verslaving aan de rookstengel. Al waren we er al ernstig aan toe, in den beginne hoefden we nog niet stoppen met het gerook. We konden de dag zelf bepalen, maar het moest er eens van komen. Met hulp van acupressuur en het praten in dat schuitje is het uiteindelijk gelukt.

Natuurlijk was ik chagrijnig, niet te genieten soms. Zo erg zelfs dat een vriend van mij de shag op mijn tafel gooide en venijnig riep: Ga alsjeblieft weer roken. Ik genoot wel van de verse sigarettenrook van een ander en liep er graag achteraan en in de koffiepauzes ging ik mee naar het rookhok om een illusie van roken na te jagen.

Oh, ik mocht van mezelf roken, ik kon ook roken, de shag lag er immers nog, draaien kan ik hem ook nog, de asbak was de deur nog niet uit maar ik hoefde, ik wilde niet roken.

Als ik erge behoefte had, knaagde ik op worteltjes, nam ik een dikke snuif aan het pakje shag dat nog altijd naast mijn bank lag of ik nam een slokje drinken.
 
Gaandeweg keert je reuk en dus ook je common sense terug. Ik mocht toen een dame verzorgen die ook stevig rookte. Elke keer als zij uit het rookhok kwam nam zij een walm aan sigarettenrook mee. Haar kleding voelde altijd een beetje groezelig aan, alsof er een of ander onzichtbaar stoflaagje aan vast zat.

Op enige moment begon ik te walgen van de sigarettenstank en kon mijn oude buurvrouw veel beter begrijpen. De dagen dat ik meeging naar het rookhol werden minder. Voordeel is dat je eindelijk je niet rokende collega’s beter leert kennen in de pauze. (Heel soms is dat voordeel ook meteen een nadeel)
 
Van dat clubje stoppers zijn er nog twee over die niet (meer) roken, Dirk en ik. Ik ben daar best trots op. Stoppen met roken was een van de betere dingen die ik voor mezelf gedaan heb.

Dikke 2 maanden na mijn laatste peuk kwam ik dat pakje shag weer tegen in mijn woning. Gortdroog en onder het stof. Ik heb het weggegooid met een zucht en zonder traan.

Je neemt toch afscheid van een reisgenoot. Eentje die zijn tijd gehad heeft, die na al die jaren niet meer leuk is en niets meer voor je kan betekenen. Misschien kom ik ooit nog tegen, als ik oud en beverig ben en soms mijmer ik over hem, maar missen doe ik hem niet.

Het is al 14 jaar over 😊

Radio

Soms (lees: altijd) zwerft er een lied in m’n hoofd. Sommigen zijn prettig…anderen meer van die irritante oorwurmen. Ik had eens tot aan Pinksteren een kerstliedje in m’n hoofd. Nu zet ik veel teksten in de matrix van drank en drugs.

Vanavond onder de douche (ik weet het, zingen kan ik niet ) was daar ineens een oude protestsong.  Wij Oost-Duitsers weten daar wel raad mee, arbeiders en vechtliedjes konden we wel zingen, zelfs het Franse volkslied leerden we immers op school. Dus rolde er zomaar The Eve of Destruction uit. Oud en toch nog altijd actueel. Ontkenning van het geheel ondanks allerlei aanwijzingen dat er iets aan de hand is. Struisvogelpolitiek.

Grappig, nu ik het opschrijf zie ik dat er een hoop struisvogels op de wereld zijn en die steken hun kop vast alleen niet in het zand 😉

Struisvogelpolitiek  toepassen op dat liedje in mn hoofd gaat echter niet.
Die liedjes blijven opduiken, achter elk hoekje, elke gedachte, elke mijmering. Volgens een slim artikel kun je ze bestrijden door het liedje helemaal uit te luisteren.  Gek toch altijd dat zon liedje net een toetje  is…het maakt niet uit hoe vol je hoofd (maag) is, een liedje (toetje) past altijd wel.  

Benieuwd wat er morgen op mijn hoofdradio gespeeld wordt.